Annie Schilstra, docent-onderzoeker en onderwijsontwikkelaar bij Aeres Emmeloord.
Studenten die een keuzedeel biologische landbouw volgen op het mbo, hebben een project of opdracht nodig waaraan ze acht weken lang één middag kunnen werken. Die krijgen ze van bedrijven in de sector. Die bedrijven willen heel graag dat studenten bij hen projecten komen doen. Docent-onderzoeker en onderwijsontwikkelaar Annie Schilstra ziet echter dat de bedrijven geregeld verkeerd inschatten wat ze wel en niet kunnen vragen van de mbo-student.
“Het is in de eerste plaats natuurlijk fantastisch dat boeren graag mee willen doen met het consortium biologische landbouw en graag studenten op hun erf krijgen om projecten uit te voeren”, zegt Schilstra. Samen met deze boeren ontwikkelde zij de minor Slim Boeren, waarvan de eerste groep studenten net klaar is.
Mbo-er moet het onderzoeken nog leren
Nu het steeds vaker voorkomt dat mbo-studenten opdrachten van het bedrijfsleven krijgen, wordt echter ook zichtbaar wat nog niet perfect gaat, vertelt zij. “Ze komen met projecten die wel passen bij een hbo-student die een halfjaar de tijd heeft en die bovendien al heeft geleerd om onderzoek te doen. Die hbo-ers werken zo goed als geheel zelfstandig en boeren krijgen hun advies op een presenteerblaadje aangereikt. Echter; onze mbo-studenten hebben maar acht middagen de tijd, en bovendien moeten ze het onderzoeken nog leren.”
Daarom is het tijd voor een duidelijk kader, een format, dat de school aan geïnteresseerde bedrijven kan toesturen, vindt zij. Een voorbeeld: een boerenbedrijf komt met de onderzoeksvraag: hoe kan ik de waterkwaliteit op mijn bedrijf verbeteren?
“Dat is voor een mbo-project van acht weken te ambitieus”, legt Schilstra uit. “Maar we kunnen wel een deelonderzoek doen. We vragen dan de boer: heb je de waterkwaliteit al in beeld gebracht? Dat is de eerste stap immers. Dan wordt het project voor déze student: de waterkwaliteit in beeld brengen van de waterstromen langs één specifiek perceel. Of langs twee percelen met verschillende teelten erop, zodat je ze met elkaar kunt vergelijken. De student kan op basis van dat onderzoek dan een klein advies schrijven.”
Je moet een zaadje willen planten
De boer en de student zouden na afloop van zo’n onderzoek samen kunnen overwegen of het zin heeft om, een stukje sloot ecologisch te schonen. “Als boer en student ben je dan samen aan het speuren. Dat is hartstikke leuk. Maar het is wel ánders dan wat ze gewend zijn. Bij mbo-projecten moet je als boer, of ander bedrijf, bereid zijn een leuke, goede en praktische opdracht te bedenken voor de student, en je moet er samen mee aan de slag willen gaan. Je moet een zaadje willen planten bij de boeren van de toekomst. Wanneer je erin staat met een houding van: what’s in it for me, dan kom je op het mbo slecht beslagen ten ijs.”
Zo was er een boer die als opdracht neerlegde: “Hoe kan ik van 100 naar 190 koeien groeien, terwijl ik nu al problemen heb met mestderogatie?” Dat is een onwerkbare opdracht voor de mbo-student en voor de boer. Op school hebben we dat verkleind naar een onderzoek naar: sinds wanneer is de derogatie in werking en waarom is deze boer door de afschaffing daarvan zo overvallen?
Goede vraag bedenken is uitdaging
Niet alle boeren zijn gewend aan studenten op hun bedrijf, anders dan via een gewone stage. Het is best een uitdaging voor hen om voor de groep die een keuzedeel biologische landbouw volgt, een goede vraag te bedenken. “Dat is een proces van lange adem. Collega’s uit de sector geven aan dat een startgesprek tussen bedrijf en docent een oplossing zou kunnen zijn. Zo kunnen we duidelijk maken wat het stappenplan is van zo’n mbo-onderzoek en wat we van elkaar kunnen verwachten. Ook kreeg ik tijdens de consortiumdag het idee aangereikt om langer lopende projecten aan te gaan met bedrijven, vanaf leerjaar 1 tot afstuderen. Dat is een interessante ambitie voor de wat langere termijn.”
Wat Schilstra betreft kan de school ook wat breder naar projecten gaan zoeken dan alleen in de uitvoerende landbouw. “Er zijn in de periferie van de biolandbouw veel interessante bedrijven te vinden: toeleveranciers en afnemers, zoals zadenveredelaars of certificeringsinstantie Skal Biocontrole zelf. Onze vakdocenten hebben een goed netwerk met boeren, maar hoe breder dat netwerk wordt, hoe interessanter het gaat zijn voor onze studenten natuurlijk.”
Wil je meedenken of heb je projectideeën? Mail naar a.schilstra@aeres.nl
Tekst & fotografie: Kitty Peetoom